Euhh…E nummers?

E nummers….
Niets is op dit moment meer in het nieuws, vrijwel dagelijks horen we er wel iéts over. En vindt iedereen er wel wát van. Terecht. Want het is inmiddels wel een onderwerp, waar wat meer over mag worden nagedacht. Ik ontvang dagelijks veel vragen over en omtrent E nummers. In dit artikel wil ik proberen E nummers op een duidelijke manier te beschrijven. Voor heel veel mensen blijven E nummers een waar mysterie. Door een wat simpele uitleg, hoop ik deze mensen wat meer kennis te verwerven en zo meer wegwijs te maken in “ de wereld van E nummers”.

WAT ZIJN E-NUMMERS?

We kunnen E nummers het beste beschouwen als hulpstoffen die aan onze dagelijkse voedingsmiddelen worden toegevoegd voor betere kwaliteit te garanderen. Zo zorgen ze bijvoorbeeld voor:

– een betere en langere houdbaarheid en versheid
– meer smaak
– een langere en betere kleur
– een betere structuur

Er zijn inmiddels ontzettend veel E-nummers. Om het voor zowel fabrikanten als consumenten makkelijker te maken, zijn de e nummers genummerd van E-100 tot E1600. Al deze nummers worden niet allemaal gebruikt. Dit komt, omdat de additieven ( toevoegingen) zijn geordend naar hun functie, waarbij bijvoorbeeld E100 tot E199 gereserveerd is voor kleurstoffen, en E200 tot E252 voor conserveermiddelen. In de praktijk loopt de lijst van kleurstoffen van E100 tot E181 met daartussen nog enkele nummers die niet meer in gebruik zijn.

Opgedeeld in functies, ziet de lijst er als volgt uit:

E100-E180-199 kleurstoffen
E200-E252 conserveermiddelen
E250-E297 voedingszuren
E322-E385 voedingszuren
E300-E321 antioxidanten
E420-E421 zoetstoffen
E400-E495 geleermiddelen, emulgatoren, stabilisatoren, verdikkingsmiddelen
E500-E585 zuurteregelaars, antiklontermiddelen, rijsmiddelen
E620-E650 smaakversterkers
E700-E799 antibioticum
E900-E914 glans en antischuim middelen
E920-E930 meelverbeteraars
E938-E949 verpakkingsgassen
E959-E967 zoetstoffen
E1000-E1520 overige hulpstoffen

Sommige categorieën zijn duidelijk, zo weten we dat antiklont middelen worden gebruikt om klonteren tegen te gaan, en anti-schuimmiddelen tegen het schuimen wordt ingezet. Sommigen zijn wat minder duidelijk, deze neem ik kort door.

Kleurstoffen:
Kleurstoffen worden toegevoegd om een product een aantrekkelijke kleur te geven. Of een product een bepaalde gelijke kleur te geven aan een ingrediënt die zogenaamd van nature voorkomt in het product, maar dat niet doet. Vanillevla bijvoorbeeld: deze ziet geel, maar bevat vaak geen spoor aan echte vanille.Kleurstoffen geven een product ook herkenbaarheid. Van nature is vanille helemaal niet geel, maar omdat vanille m.b.v kleurstoffen als geel op de markt wordt gezet, herkent iedereen vanille aan de gele kleur.

Conserveermiddelen:
Conserveermiddelen verlengen de houdbaarheid en versheid van producten. Het zorgt er zo voor, dat veel producten maakbaar worden en in winkels kan worden verkocht. Conserveermiddelen zijn in dat daglicht gezet onmisbaar. Ze zorgen er bijvoorbeeld voor dat ons voedsel niet bederft als gevolg van bacteriën, schimmels en gisten.

Antioxidanten:
Antioxidanten worden tegenwoordig erg in het zonnetje gezet door fabrikanten. Maar eigenlijk heeft het voornamelijk een belangrijke functie in producten. Antioxidanten gaan in voedingsmiddelen kleurveranderingen tegen door zuurstof van het voedingsmiddel. Hierdoor wordt de houdbaarheid verhoogd.
Antioxidanten hebben een erg goede reputatie, het komt voor in groente en fruit en we hebben het ook nodig om fit en gezond te blijven. Echter hoeven wij dit helemaal niet uit geknutselde voeding te halen. Als we voldoende verse groente en fruit eten, komen we ruimschoots aan onze ADH antioxidanten. Het getoeter op verpakkingen door fabrikanten als “ met antioxidanten!” is klink-klare onzin, het heeft voor hen een duidelijke functie in hun product, en voegen dit nooit toe om ons gezonder te maken.

Emulgatoren/ stabilisatoren:
Emulgatoren stabiliseren de bereiding van producten, de zuurgraad van levensmiddelen en worden bijvoorbeeld gebruikt bij de bereiding van alcoholische dranken. Ook pindakaas en drop bevatten emulgatoren. In de medische wereld worden zuurteregelaars ook vaak gebruikt.

Antibioticum:
Antibioticum wordt vaak gebruikt om zuivel, vlees en eieren langer houdbaar te maken, of bijvoorbeeld het vlees in volume te vergroten. De twee meest voorkomende antibioticum in onze voeding zijn de E nummers E710 ( spiramycines) en E nummer E713 ( Tylosine)
Antibioticum is nogal omstreden, er wordt veel over gediscussieerd.

Verpakkingsgassen:
Verpakkingsgas is een gas, wat aan verpakkingen wordt toegevoegd. Dit gebeurt vaak om de houdbaarheid te verhogen. Sommige voedingsmiddelen tonen direct oxidatie zodra deze aan buitenlucht wordt blootgesteld. Denk bijvoorbeeld aan een appel die je in parten snijdt. Na enkele minuten treedt er al direct een bruine kleur op. In 1994 is pas verplicht gesteld deze gassen op een verpakking te vermelden. En kregen meest gebruikte verpakkingsgassen een E nummer. Op een verpakking staat het vaak als “ verpakt onder beschermende atmosfeer” vermeld.

Overige hulpstoffen:
Dit zijn o.a enzymen en gemodificeerd zetmeel. Er vallen nog vele andere “ vage” hulpstoffen die door de EU zijn goedgekeurd en een E nummer bezitten.

We voegen E nummers ( hulpstoffen) toe sinds dat we koken en conserveren. Pas toen de voedingsindustrie in de vorige eeuw sterk begon te groeien, zijn we pas echt goed additieven gebruiken. Omdat er sprake was van een wildgroei, besloot de EU ( Europese Unie) orde te scheppen en hanteert sinds de jaren tachtig regels. Stoffen worden alleen toegelaten in onze voeding als deze op basis van wetenschappelijk laboratoriumonderzoek en ruime strikte veiligheidsmarges worden beschouwd als veilig.
WAT BETEKENT DE E?

De E voor al deze nummers staat voor Europa. Het betekent dat de stoffen zijn goedgekeurd door de Europese Unie. Pas als een stof wordt toegevoegd aan een product krijgt het een nummer. Daarom kunnen we E nummers ook wel ADDITIEVEN ( toevoegingen) noemen. Vitamine C is een goed voorbeeld. Dit staat bekend in de E nummer lijst onder E300. Op een sinaasappel of een stronk broccoli hoeft echt geen “ E300” te staan, dit bevatten deze van nature. Als een fabrikant vitamine C aan een product toevoegt moet hij dit wel op het etiket zetten, ook al gaat het om dezelfde stof. De E staat behalve voor Europa ook voor veilig.

HOE ZIT DAT NU MET NATUURLIJKE E NUMMERS ?

E nummers kun je in drie verschillende categorieën opsplitsen: natuurlijke E nummers, natuur-identieke E nummers en synthetische E nummers. Ik neem ze kort door:

Natuurlijke E nummers:
Dit zijn E nummers met stoffen die ook in de natuur voorkomen. Bijvoorbeeld citroen/citroenzuur en bietensap. Anders gezegd komen natuurlijke E nummers van plantaardige, dierlijke en minerale afkomst.

Natuur-identieke E nummers:
Dit zijn E nummers ( stoffen) die eruit zien en smaken als natuurlijke stoffen, maar in het laboratorium zijn nagemaakt. Bijvoorbeeld een appelsmaakje of melkzuur. Anders gezegd lijken ze vrijwel 100% op een natuurlijk E nummer, maar zijn dit niet of niet geheel. Deze natuur-identieke stoffen worden gemaakt om kosten lager te maken voor productie, een product meer smaak en kleur te bieden dan natuurlijke stoffen zouden doen, en is als hulpstof goedkoper en beter leverbaar. Natuurlijke stoffen kunnen bijvoorbeeld door een slechte of mislukte oogst roet in het eten gooien. Natuur-identieke stoffen kunnen dit dan perfect opvangen. Wat ook veel voorkomt, is dat natuur-identieke stoffen worden toegevoegd aan natuurlijke stoffen om smaak en kleur te versterken in een product.

Synthetische E nummers:
Dit zijn E nummers die in een laboratorium zijn ontwikkeld, en niet in de natuur voorkomen. Voorbeelden zijn zoetstoffen die kunstmatig zijn samengesteld zoals aspartaam en cyclamaat, kleurstoffen die synthetisch zijn samengesteld als de rode kleurstof E122 ( karmozijnrood) en de blauwe kleurstof E133 ( briljantblauw FCF) en conserveermiddelen als kaliumbenzoaat ( E212) . Deze E nummers komen niet in de natuur voor en zijn speciaal ontwikkeld en bedacht om ons eten langer houdbaar en eetbaar te maken.

Niet alle E nummers zijn slecht of ongezond. De natuurlijke E nummers kunnen zelfs bijdragen aan een goede gezondheid. Afhankelijk van een bewerkingsproces kunnen we juist profiteren van E nummers. Naar E nummers is veel onderzoek gedaan. Naar alle waarschijnlijkheid zijn E nummers zelfs het meest onderzochte in de voedselindustrie. Een nieuw E nummer komt niet zomaar op de markt. Daar gaat een hele geschiedenis aan vooraf. Er moet wetenschappelijk bewijs worden aangedragen of een stof niet schadelijk is. Dit wordt gecontroleerd door de EFSA, de European Food Safety Authhority ( de Europese voedsel en warenwet) Vervolgens wordt er vastgesteld wat de ADH ( Aanvaardbare Dagelijkse Inname) in de hoeveelheid van een stof die mensen dagelijks binnen mogen krijgen via hun voeding, zonder negatieve gevolgen voor de gezondheid.
Om bovenstaande redenen wordt aangenomen, dat E nummers 100% veilig zijn bevonden. Toch is daar niet iedereen zo zeker van. Er is een hoop weerstand te vinden op internet, en ook specialisten zijn het niet altijd eens met deze vaststelling.
Er zijn inmiddels talloze “ E nummer boekjes” op de markt verschenen die met een stoplicht methode werken: groen staat voor een veilig E nummer, oranje voor twijfelachtig en rood voor slecht en ongezond. Er zijn ook vele boeken op de markt verschenen van specialisten die hun argumenten beschrijven.
Velen zijn het eens, dat er op zich niet zoveel mis is met de additieven zelf, maar wel met de aannames op basis waarvan bijvoorbeeld wordt bepaald hoeveel van een E nummer in een voedingsmiddel mag worden gebruikt. Er moet volgens vele specialisten rekening worden gehouden met het zogenaamde “ stapel-effect”
Onderzoekers gaan uit van mensen met een goede gezondheid, mensen die gezond en gevarieerd eten, en in dat daglicht niets tekort komen. De praktijk is anders, dat weten we inmiddels allemaal. We eten anders, eten eenzijdig, en teveel van het “ slechte” omdat dit nu eenmaal het meest voor handen ligt in supermarkten.
Als je teveel van deze producten consumeert, kom je dezelfde voedingswaarden plus additieven tegen in de producten. Dit kan gemakkelijk resulteren in een teveel aan inname van één bepaald additief, of meerdere één-zelfde additieven. Volgens deskundigen en specialisten zou meer gekeken moeten worden naar het huidige voedingspatroon van mensen. Bij het vaststellen van de ADH van cola ging men er nooit van uit dat het een kinderdrank betreft. Inmiddels is cola juist meer een kinderdrank geworden, waardoor kinderen al erg snel over hun grens heen gaan. Jonge kinderen bereiken bijvoorbeeld al erg snel hun grens als het gaat om het E nummer E952 ( cyclamaat) wat vrij veel voorkomt in cola en andere dranken.

100% E-NUMMERVRIJ?

We kunnen onmogelijk 100% E nummervrij eten en drinken, en gelukkig hoeft dit ook niet. Ook al let je nog zo goed op, ook producten uit de natuur of afgeleid uit de natuur ( denk aan biologisch) hebben vaak gewoon E nummers. Je hebt eerder kunnen lezen, dat er namelijk ook natuurlijke E nummers zijn. Als je echt 100% E-nummervrij wilt eten, zou je NIETS meer kunnen eten, zelfs geen wortels. Deze bevatten caroteen, ook wel bekend onder E nummer E 160a. Citroenen bevatten citroenzuur, beter bekend onder E nummer E 330, tomaten bevatten lycopeen, beter bekend onder E nummer E160 d. Zelfs lucht bevat een E nummer: E948, ook wel “ zuurstof”.
Zoals je eerder hebt kunnen lezen hebben we E nummers ook hard nodig om ons eten veilig te kunnen consumeren. Zonder bepaalde E nummers zouden we lang niet zulke overvolle supermarkten hebben. Het ligt echter wel aan WELK E nummer je kiest in je voeding. Veel E nummers zijn er om ons eten mooier en “ knapper” te maken dan de werkelijkheid is, en zijn vaker ongezond dan gezond te noemen. Ook zijn deze stoffen overbodig. Een product kan deze hulpstoffen bijvoorbeeld totaal niet nodig hebben om het eetbaar en veilig/houdbaar te maken. En worden enkel togevoegd om een product mooier te maken, meer smaak en kleur en geur te geven, of extra voedzaam te maken. Denk aan aardbeien yoghurt: daar komen we vaak wat snotterige aardbeien in tegen, en een opvallend rode kleur. We kunnen aan naturel yoghurt ook zelf verse aardbeien toevoegen. Er wordt ook erg veel gewerkt met synthetische zoetstoffen als aspartaam, cyclamaat en acesulfam K, om een product zoet maar toch “ suikervrij” te maken. Wat uiteindelijk min of meer een “ water-naar-de-zee-dragen” verhaal is, omdat deze kunstmatige zoetstoffen steeds meer in een slecht daglicht zijn komen te staan, ondanks dat deze 100% veilig zijn verklaard.
E nummers staan meer dan ooit tevoren in een kwaad daglicht. Om de slechte naam van E nummers wat te zuiveren schrijven fabrikanten nu steeds vaker de E nummers uit. We kunnen bijvoorbeeld in een ingrediënten tabel “ citroenzuur” lezen in plaats van E330. Ook worden stoffen/ E nummers steeds vaker vervangen, dit gaat om stoffen die niet in de lijst-der-lijsten voorkomen, maar hetzelfde doen in een product. Een voorbeeld is bietensap toevoegen in plaats van E 162 ( bietensaprood) Dit gebeuren heeft een naam, het wordt “ clean labelling” , ofwel “ witwassen” genoemd. Niets mis mee, zou je aanvankelijk als eerste denken, maar ook hier zijn achterliggende redenen van de fabrikant. Het is tevens een grote marketingstrategie wat wordt gebruikt om consumenten te verleiden tot aankoop, omdat een product gezonder oogt/overkomt. Denk aan kreten als “ zonder geur en kleurstoffen” of “ zonder conserveermiddelen” Als we bijvoorbeeld op een pot zoetzure augurken “ geen conserveermiddelen” lezen in koeientekst, betekent dit niets. Zout en azijn zijn wel degelijk conserveermiddelen, maar klinken zoveel malen beter dan E nummers.
Een andere strategie is, om meest ingewikkelde woorden te omschrijven. Waar eerder het juist werd afgedaan met een E nummer, is het nu juist andersom: er staan meest ingewikkeldste woorden af te lezen op verpakkingen in ingrediënten-tabellen. Nu dat we steeds vaker gewapend met E nummer boekjes de supermarkt betreden, zijn meest ingewikkelde woorden een betere aanpak voor fabrikanten. Deze woorden zijn lastiger om op te zoeken in zo’n boekje, maar ook voor de minder bewuste consument zijn deze woorden al zeer snel een struikelblok. Als er woorden staan af te lezen die nog meer lijken op Chinees schrift, haken we sneller af en geloven we het wel.
Nu dat clean labelling steeds vaker voorkomt,zien we woorden als “ Kaliumbenzoaat” en “ mannitol” steeds vaker op verpakkingen. Sommige woorden komen we vaak tegen op verschillende verpakkingen. Dit zijn meest gebruikte additieven. Veel fabrikanten kiezen ook voor een verzamelwoord als “ conserveermiddel” en “ specerijen” en geven daarbij geen enkele verdere informatie. Een veel voorkomend verzamelwoord is “ aroma”. Dit is toegestaan, omdat een fabrikant zijn “ secret ingrediënt” niet hoeft prijs te geven. Aroma kan dus staan voor tal van toevoegingen, waarvan suiker meest gebruikt is. Een fabrikant kan “ zonder suiker” claimen terwijl er onder de schuilnaam “ aroma” suiker in kan voorkomen. Een goed voorbeeld kwam van het Tv programma “ keuringsdienst van waarde”. Vorig jaar ontdekten zij, dat er in de theezakjes van Lipton gewoon suiker zat, en dit werd aangeduid in de ingrediënten als “ aroma. Het ging zelfs maar liefst om 5% suiker.

E NUMMERS MIJDEN?

Zoals je hebt kunnen lezen, is het mijden van E nummers onmogelijk. Maar wat wel mogelijk is, is om te kiezen voor louter natuurlijke E nummers, en de synthetische zoveel mogelijk is te mijden. Over de veiligheid van deze groep E nummers is het laatste woord nog lang niet gevallen. Wat wel duidelijk is geworden , is dat veel mensen overgevoeligheidsklachten krijgen van het consumeren van deze synthetische stoffen. Sommige mensen reageren sterk op bepaalde E nummers, bijvoorbeeld omdat zij allergisch zijn voor een bepaalde stof. Meest bekend is de gluten-allergie. Mensen met deze allergie kunnen heftig tot zelfs zeer heftig reageren op E1400, wat gemaakt is van graan. Exacte cijfers van additieven-allergiën zijn niet bekend, maar volgens vele deskundigen en specialisten komt het vaak voor,
Met name synthetische stoffen kunnen voor problemen zorgen. Het lichaam heeft hier extra moeite mee, omdat het lichaamsvreemde stoffen zijn. Deze kunnen niet via de nieren en de urine worden uitgescheiden, en moeten door de lever worden verwerkt. En dat is erg hard werken voor de lever. De één heeft hier meer last van dan de ander. Synthetische additieven komen het meest voor in kant-en-klaar producten, prefab food ( nep/voorbewerkt voedsel) en frisdranken. In de regel geldt, dat hoe meer een product kant-en-klaar wordt aangeboden, er meer ( synthetische) E nummers erin schuil gaan. Een kant-en-klaar product kan bijna niet worden gemaakt zonder al deze hulpstoffen. Daarnaast bevatten al deze producten veel minder voedingswaarden. Of ze zijn kapot gekookt/voorbewerkt, waardoor er nog louter weinig essentiële voedingstoffen achterblijven.. Zo bevat een pakje tomatensaus voor over de pasta maar liefst 5 x zoveel minder voedingswaarden dan homemade pastasaus. Ook hier is de enige echte boodschap om zoveel mogelijk zelf te maken. In vele eerdere artikelen/blogs kun je lezen hoe makkelijk dit is, en ook mijn boeken zijn goede richtlijnen.

Meer over E nummers en hun functie, maar vooral hun werking kun je in dit artikel van collega Juglen Zwaan lezen. Een goed overzicht, met duidelijke uitleg.

2 Reacties op “Euhh…E nummers?

  1. Mooi en duidelijk overzicht. Alleen die gluten al die erin zitten. Die overal worden toegevoegd! Beter laten staan. Is zwaar misleidend.

  2. Hoi Monique,
    Wat een leuke, informatieve en goed onderbouwde kritische website heb je opgebouwd. Hartstikke nuttig. In je E-nummers overzicht heb je het over lichaamsvreemde stoffen als je verwijst naar de synthetische E-nummers. Dat vond ik een wat vreemde aanduiding aangezien lichaamsvreemde stof meestal wordt gebruikt als we het hebben over antigenen (ziekteverwekkers als virussen en bacteriën) en het immuunsysteem. En de rol van lever in het metabolisme is zo veelomvattend en complex dat ik denk dat veel additieven, zowel de natuurlijke als de synthetische, worden afgebroken daar. Wat mij betreft is het voornaamste argument om te kiezen voor natuurlijke additieven boven de synthetische dat er al jarenlang ervaring is met natuurlijke stoffen (eeuwenlang), terwijl de langdurige gevolgen van synthetische additieven vaak (nog) niet duidelijk zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *